Oriënteren

Reflecteren

Voorbereiden

Uitvoeren

Afsluiten

Eisen

Planning

MASTERCLASS ART

Thema Alles anders

Bij dit onderzoek leer je alles over abstracte kunst. Stap voor stap ga je zelf ervaren hoe het is om abstracte kunst te maken.

Joan Miro "schilderij" 1933

Inleiding

Pablo Picasso, "Bull Plate" 1 t/m 11 1945-1946

Doelen
Aan het einde van dit onderzoek:

- weet ik hoe abstracte kunst is ontstaan
- heb ik kennis over figuratieve en abstracte kunst
- kan ik zelf realistisch tekenen
- weet ik hoe ik een vlaktekening met houtskool kan maken
- kan ik een tweedimensionaal werk omzetten in een driedimensionaal werk
- kan ik mijn ervaringen en kennis inzetten om een abstract werk te maken.
- kan ik nauwkeurig werken
- kan ik een logboek bijhouden waar al mijn ervaringen en gedachtes instaan
- kan ik reflecteren op mijn werk en het proces, wat mij kan helpen bij een volgend onderzoek

 

Zegt jou het beeld dat je hierboven ziet iets? Je zult wel denken: dat kan mijn kleine zusje ook! Het werk hierboven is abstracte kunst. Abstracte kunst is niet veel ouder dan 100 jaar. Wist je dat Nederland het enige land is waar mensen het liefst een abstract schilderij thuis hebben? Misschien hangt bij jou thuis wel een abstract kunstwerk.

In dit thema ga je kennis maken met abstracte kunst en ga je zelf abstracte kunst maken door een voorwerp te kiezen en te gaan experimenteren. Aan het einde van dit thema heb je een aantal kunstwerken gemaakt die van figuratief naar abstract gaan.

Op deze pagina vind je alle informatie die je moet weten om dit onderzoek goed te kunnen doorlopen en afronden. Lees het daarom goed.

Oriënteren

“Kunst die overeenkomst tussen het kunstwerk en de zichtbare werkelijkheid vermijdt.”
Zo omschrijft Van Dale abstracte kunst. Abstract is dus een moeilijk woord voor kunst die eigenlijk nergens op lijkt. Dat is het doel van abstracte kunst ook niet. Abstracte kunst wil prikkelen en vervormen, tot alleen de essentie overblijft.

Jean Auguste Dominique Ingres, "Jupiter en Thetis" 1811

Waarom abstract?
Abstracte kunst is niet zomaar ontstaan. Het heeft veel jaren en veel kunstwerken gekost totdat abstracte kunst echt ontstond. Veel verschillende kunstenaars in verschillende landen (ook in Nederland) hebben gewerkt om hun kunst steeds abstracter te maken.

Waarom? In het begin van de 20ste eeuw waren er veel dingen in de wereld aan het veranderen. De stoomboot, de telefoon, de fotografie en andere grote uitvindingen en ontwikkelingen veranderden de wereld en kunstenaars reageerden hierop.

Vóór de uitvinding van de fotografie waren schilderijen en beelden ervoor om de wereld vast te leggen. Portretten van de koning, schilderijen over de godsdienst of prachtige voorwerpen uitgestald en super realistisch geschilderd.

Nu mensen veel goedkoper en sneller realistische portretten konden laten maken door de komst van de foto moesten kunstenaars op zoek naar nieuwe manieren om te schilderen en beeldhouwen. De kunstenaar was nu vrij om zijn eigen ideeën te bedenken.

 

 

Van figuratief tot abstract
Een figuratief kunstwerk is een beeld waarop je kan zien wat het is, er zijn herkenbare onderwerpen afgebeeld. Een voorbeeld van een figuratief kunstwerk zie je hiernaast.

Bij abstracte kunst kun je niet zien wat het voorstelt. Je ziet geen herkenbare onderwerpen zoals een mens, dier of landschap. Een abstract kunstwerk is vaak een persoonlijke uitdrukking of mening van de kunstenaar. Het gaat bij abstracte kunst meer om het gevoel en de gedachtes van de kunstenaar, daarom zijn er ook zo veel verschillende abstracte kunstwerken te vinden: elke kunstenaar heeft een andere kijk op abstracte kunst.

Hieronder zie je een goed voorbeeld van Theo Van Doesburg. Op de linker afbeelding zie je nog dat het een koe is, maar hij stileert (vereenvoudigt) de koe steeds meer totdat die helemaal abstract is. Zie jij nog dat het een koe is?

 

1

4

2

5

3

6

Theo van Doesburg was een Nederlands kunstenaar. Hij staat bekend als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de abstracte kunst in de 20e eeuw. Hij richtte in 1917 het tijdschrift 'De Stijl' op. Hij was schilder maar ook actief als dichter, romanschrijver, typograaf, fotograaf, interieurontwerper en architect.

Klik hier voor een filmpje over Theo van Doesburg en De Stijl.

Voorbereiden

Je kiest als eerste een voorwerp uit dat je wilt gebruiken bij dit thema. Dit voorwerp ga je als eerste realistisch natekenen en daarna gebruiken als inspiratie voor je abstracte werk. Zorg er daarom voor dat je altijd het voorwerp bij je hebt en dat het in je kluisje past!
Kies een voorwerp uit dat driedimensionaal is en dat niet snel verveelt. Een bal is niet erg spannend. Een schoen of knuffelbeer is goed. Bespreek met je docent of je voorwerp goed genoeg is.

Uitvoeren

1

2

Hieronder staan de stappen die je dit thema gaat doorlopen. Je krijgt van je docent uitleg bij elke fase. Zorg ervoor dat je netjes en zorgvuldig werkt.

Als eerste stap ga je het voorwerp realistisch tekenen. Je zet het voorwerp voor je neer en verplaatst het niet. Je blijft vanuit één punt naar het voorwerp kijken, om er voor te zorgen dat je niet steeds de tekening hoeft aan te passen. Begin met zachte lijnen en teken nog alleen de algemene vorm, pas later komen de details. De docent legt alles uit over stofuitdrukking, schaduw, diepte en arceren. Klik hier voor hulpmateriaal.

Als tweede stap ga je het voorwerp stileren. Stileren is het vereenvoudigen van vormen. Dit doe je door het voorwerp zonder details te tekenen. Dat doen we door het maken van een vlaktekening. In een vlaktekening zie je geen lijnen, alleen vlakken. Je maakt de vlaktekening met houtskool.

Omdat houtskool geen makkelijk materiaal is, zijn hier een aantal tips:

Begin eerst zachtjes met lijnen je voorwerp te tekenen. Deze lijnen mag je straks niet meer zien. Als je voorwerp helemaal op het papier staat, begin je met houtskool.

Werk van links naar rechts (of van rechts naar links als je linkshandig bent). Dit doe je omdat je anders makkelijk vlekken maakt.

Omdat je hand vies kan worden van de houtskool is het verstandig om een wit A4 neer te leggen waar je met je hand tekent. Zo krijg je geen vegen op je werk. Verschuif het blaadje niet te veel, anders krijg je ook vegen.

Houtskool kan kleine kruimels achterlaten. Deze kruimels zijn erg vervelend om van je papier te krijgen. Duw daarom niet te hard met de houtskool en wrijf het met je vingers op het papier uit.

Begin met lichtgrijze vlakken en werk stapsgewijs naar donkere vlakken.

3

Bij de houtskooltekening ben je bezig geweest met vlakken. Bij de derde stap ga je een ruimtelijk beeld maken van je voorwerp. Je maakt het beeld met dun karton.

Als eerste ga je op zoek naar verschillende vormen in je voorwerp. Houd je voorwerp in je hand en bekijk het van alle kanten. Welke vormen zie je? Teken verschillende vormen op je kartonnen vel. De grootte van de vormen hoeven niet realistisch te zijn: je mag best vormen verkleinen of vergroten.

De vormen op je kartonnen vel snijd of knip je uit. Je hebt nu een verzameling met verschillende vormen in verschillende groottes. (hier rechts zie je een voorbeeld van de vormen uit de gieter.) Met deze vormen maak je dadelijk het ruimtelijk beeld.

Natuurlijk ga je geen realistisch beeld maken van je voorwerp, we zijn tenslotte bezig met abstracte kunst! Je bent dus vrij om de vormen op een creatieve manier te ordenen.
Pak een aantal van je vormen in je handen en kijk eens hoe ze mooi in elkaar zouden passen. Gebruik je fantasie en kijk aandachtig. Je zult snel zien dat je sommige combinaties mooi, en sommige lelijk vindt.

Als je zeker weet hoe de vormen mooi in elkaar passen, ga je de vormen samen brengen. Je snijdt kleine sneedjes in het karton zodat je ze in elkaar kan schuiven. Maak de sneedjes niet te breed, want dan blijven ze niet zitten! Maak de sneedjes juist net een beetje te smal.

Schuif alle vormen in elkaar totdat je een mooi ruimtelijk beeld hebt. Het figuur moet van alle kanten interessant zijn. Je zult niet snel zien dat het een beeld is van jouw voorwerp, maar dat is nou juist de bedoeling!
Je kan wel de vormen terugzien in je voorwerp, dus als je oplettend bent kan je bij beelden van anderen in je klas ook raden wat het voorwerp is!

Als je wilt, kan je ook (delen) beschilderen. Gebruik niet te veel kleuren, want dan wordt het erg druk. Ook donkere kleuren kan je het best niet gebruiken, deze komen heel zwaar over.

4

Nu ga je abstract werken! Bij het werk dat je nu gaat maken kan je niet meer zien dat het het voorwerp is dat je hebt gekozen.
Er zijn ontelbaar veel mogelijkheden om abstract werk te maken. Je gaat op zo veel mogelijk verschillende manieren abstracte werken maken. Je mag zelf ook bepalen welk materiaal en welke werkwijze je wilt gebruiken. Je kan schilderen, tekenen, boetseren, etc.

Kom met creatieve oplossingen om je voorwerp op een abstracte manier te laten zien. Je kan het zo gek niet bedenken en je kan er een boeiend beeld van maken. Experimenteer nu ook zo veel mogelijk en  maak kleine proefjes.

Hoe meer abstract werk je maakt hoe beter.

Hieronder staan voorbeelden van abstracte beelden. Hierdoor kan je je laten inspireren, maar probeer ze niet te veel na te doen: maak je eigen werk.

Wassily Kandinsky

Joan Miró

Tamara Zahaykevich

Lee Krasner

Jean Arp

Wassily Kandinsky was een Russische schilder en er wordt gezegd dat hij het eerste abstracte kunstwerk maakte

Als je je laat inspireren door Kandinsky ben je veel bezig met gekleurde vormen, lijnen en bewegingen. Je zorgt voor een mooie compositie en dat alles gebalanceerd op je blad staat.

Een mogelijke werkwijze: begin met het uitknippen van losse vormen uit gekleurd papier. Ga deze los op je blad verplaatsen totdat alles op een mooie plek ligt. Je kunt foto's maken van verschillende mogelijkheden. Kies uiteindelijk één mogelijkheid uit en plak alles mooi vast. Daarna kan je met lijnen en verf je werk af maken.

Joan Miró was een Spaanse schilder, beeldhouwer en keramist

Als je je laat inspireren door Miró ben je veel bezig met gekleurde vormen, lijnen en vlakken. Je kan ook met klei een beeld maken waar je de onderdelen van je voorwerp zo combineert, dat je niet ziet wat het is.

Een mogelijke werkwijze: begin met het uitknippen van losse vormen uit gekleurd papier. Ga deze los op je blad verplaatsen totdat alles op een mooie plek ligt. Je kunt foto's maken van verschillende mogelijkheden. Kies uiteindelijk één mogelijkheid uit en plak alles mooi vast.

 

Tamara Zahaykevich is een Amerikaanse kunstenares

Als je je laat inspireren door Zahaykevich ben je veel bezig met houten vormen, kleuren en diepte. Je werkt met oud hout, karton en papier waarmee je een driedimensionaal werk maakt dat hangt of kan staan.

Een mogelijke werkwijze: zoek kleine stukken hout uit en kijk of ze lijken op delen van je voorwerp. Zaag het hout eventueel op maat. Combineer de stukken hout met karton en probeer verschillende mogelijkheden uit. Maak foto's van deze mogelijkheden. Uiteindelijk maak je één werk dat je nog kan beschilderen.

 

Lee Krasner was een Amerikaanse schilder die tot het Abstract Expressionisme hoort

Als je je laat inspireren door Krasner werk je, net als zij, veel met lijnen. Het werk dat je maakt is krachtig en groot.

Een mogelijke werkwijze: je gaat als eerste veel proberen. Werk eens met verf en met inkt. Wat vind je het mooiste resultaat geven? Kijk naar je voorwerp en kies een aantal "lijnen" uit. Deze ga je herhaaldelijk op een groot vel schilderen.

Jean Arp was een Duits-Franse Beeldhouwer, schilder en dichter

Als je je laat inspireren door Arp werk je met driedimensionale vormen. Je maakt een beeld dat van alle kanten interessant is om naar te kijken.

Een mogelijke werkwijze: je maakt met klei een abstract beeld van je voorwerp. Je kijkt veel naar je voorwerp en zoekt naar interessante vormen die je kan gebruiken in je kleiwerk. Je kan meer werken maken om verschillende mogelijkheden te laten zien.

Afsluiten

Je bent nu in vier stappen van figuratief naar abstract gegaan. Je kan je werken - met schetsen en foto's - presenteren en uitleggen hoe je hebt gewerkt en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. Je vertelt ook over het ontstaan van abstracte kunst en over de kunstenaar die je bij de laatste stap hebt gekozen.

Nadat je je werk hebt gepresenteerd, heb je genoeg informatie om nog eens terug te kijken naar dit thema. Wat ging er goed? Wat zou je de volgende keer anders willen doen? Je schrijft dus eigenlijk een pagina met alles wat je hebt geleerd dit thema. Je kunt altijd teruglezen wat je nu opschrijft en daarvan leren.

Reflecteren

Werk van Leerlingen

Maaike Bekker - beertje, stap 3

Maaike Bekker - beertje, stap 4

Fenna van den Broek - knuffel eend, stap 1

Fenna van den Broek - knuffel eend, stap 2

Fenna van den Broek - knuffel eend, stap 3

Fenna van den Broek - knuffel eend, stap 4 - naar Alexander Calder

Fenna van den Broek - knuffel eend, stap 4 - naar Alexander Calder

Fenna van den Broek - knuffel eend, stap 3

Eline Hoeken - knuffel, stap 4 naar Lee Krasner

Jens Stevens - schoen, stap 3