Oriënteren

Reflecteren

Voorbereiden

Uitvoeren

Afsluiten

MASTERCLASS ART

Thema Behang

Bij dit onderzoek leer je alles over hoe je een ontwerp van een behang maakt. Je werkt met de ontwerpcyclus en leert over grafisch vormgeven.

Inleiding

Bij dit thema werk je vanuit een opdracht. Je werkt als een grafisch vormgever en ontwerpt een behang.
Bij dit thema werk je met de stappen van de ontwerpcyclus. De ontwerpcyclus zorgt ervoor dat je stap voor stap naar een goed eindproduct komt.
Dit thema is ook een zogenaamde pitch. Iedereen maakt een ontwerp, maar er kan maar  één worden uitgekozen. Het gekozen ontwerp wordt gedrukt en behangen in het Radboud ziekenhuis.
Het kan dus zijn dat jouw ontwerp straks in het ziekenhuis gezien kan worden!

Doelen
Aan het einde van dit onderzoek:

- ken ik het verschil tussen autonome kunst en toegepaste vormgeving
- ken ik verschillende belangrijke kunstenaars die met patronen hebben gewerkt
- kan ik de eisen omzetten in een aantrekkelijk ontwerp
- weet ik hoe ik moet experimenteren
- kan ik verschillende soorten herhaling toepassen
- kan ik een logboek bijhouden waar al mijn ervaringen en gedachtes instaan
- kan ik reflecteren op mijn werk en het proces, wat mij kan helpen bij een volgend onderzoek

 

Takashi Murakami, "wallpaper at Walker Art Center"

Patroon maken van sjablonen

Oriënteren

Ik hoor je al denken: thema behang?! Het klinkt inderdaad wat oubollig, maar niets is minder waar. Behang is eigenlijk versiering van wanden en hoe je een wand versiert is aan de maker van het behang. Er zijn steeds meer vormgevers en kunstenaars die zich wagen aan deze kunstvorm.

De versiering van wanden kent een lange traditie. Sinds de middeleeuwen hebben talloze kunstenaars, ambachtslieden en technici gewerkt aan het verfraaien en het verbeteren van de kwaliteit van behangsels. Met deze behangsels versierden de mensen trots hun woningen. In rijke interieurs werden de muren afgewerkt met kostbare materialen, zoals goudleer, wandtapijten, zijden stoffen of beschilderde linnens. Na de mechanisatie van de productie van papierbehang werd papier het meest toegepaste materiaal om wanden mee af te werken.

Patronen
Zoals je al eerder las, zijn er steeds meer kunstenaars en vormgevers die zich bezig houden met behang. In de jaren zestig was dat Andy Warhol, de wereldberoemde Pop-Art kunstenaar. In de laatste jaren zijn dat grote kunstenaars zoals Damien Hirst en Takashi Murakami. Zij maken behang – net als Warhol en vele anderen – in hun eigen stijl. Je kunt dus meteen zien dat het behang door hen is gemaakt.

Je ziet in elk behang een herhaling van vormen en kleuren. Een patroon is een herhaling van een bepaald element, zoals kleur, vorm en/of lijn. William Morris, een meester in het creëren van handgemaakte patronen in de 19de eeuw, gebruikte ook herhaling in zijn ontwerpen. Je ziet dat de patronen in de werken van Morris anders zijn dan de werken van Warhol. Morris gebruikt vaak doorlopende lijnen en Warhol herhaalt losstaande afbeeldingen.

Willaim Morris

Andy Warhol voor zijn koeienbehang

Paul Smith ontwerp

Toegepaste vormgeving
Toegepaste vormgeving is het vormgeven van functionele objecten (zoals meubels, apparatuur, keramiek en sieraden) en drukwerk (zoals posters, tijdschriften en boeken). In tegenstelling tot de niet-functionele, autonome uitingen van beeldende kunst hebben ontwerpen van toegepaste kunst ook een praktisch nut, een functie.

Behang past binnen de toegepaste vormgeving. Wanneer je iets vormgeeft, ben je op een heel andere werkwijze bezig dan wanneer je werkt aan autonoom werk, zoals bij het thema “Leven van de kunstenaar”. Bij dit thema ga je dus als een vormgever aan de slag. Je zult zien dat je dingen anders gaat doen, maar ook dat er overlap is te vinden.

De vormgever heeft altijd te maken met een opdracht, een opdrachtgever en een deadline. Wanneer een vormgever een opdracht krijgt, maakt hij wat de opdrachtgever wil. Een vormgever geeft natuurlijk altijd een eigen draai aan het werk, maar het is vaak niet de bedoeling om je eigen stijl heel erg naar voren te laten komen. Er zijn sommige vormgevers die juist wel veel van zichzelf laten zien, dan neigt hun werk meer richting kunst.

 

Natuurlijk zie je niet alleen patronen in behang. Ook in mode, meubels, handdoeken en tegels zijn patronen te vinden. Modeontwerpers zijn dol op patronen en je ziet vaak op t-shirts, jurken en rokken de meest uiteenlopende patronen.

1

2

Opdrachtomschrijving
De opdracht is het maken van een behang voor het ziekenhuis. Het behang moet een vriendelijke uitstraling hebben en niet snel vervelen. De voorstelling en kleurgebruik zijn vrij. Er moet sprake zijn van een doorlopend patroon dat van een afstand goed te zien is. Het patroon wordt gemaakt op een A3. Deze wordt gedrukt en geplakt als behang.

Brainstormen
Tijdens de eerste lessen ga je brainstormen om erachter te komen welk onderwerp je wilt gebruiken op je behang. Er zijn heel veel mogelijkheden, bijvoorbeeld: zeeleven, dieren, natuur, machines, meubels, telefonie, eten, abstracte vormen, beweging, auto’s, etc.

Als je een keuze en een goede brainstorm hebt gemaakt ga je weer op zoek naar afbeeldingen over dat onderwerp. Je zoekt dan naar illustraties, foto’s, tekeningen, schilderijen, etc van bijvoorbeeld zeeleven. Hierdoor krijg je een goed beeld van alle mogelijkheden.

Voorbereiden

Bij elke opdracht zijn eisen waaraan je moet voldoen. Zonder die eisen zou je niet gericht naar een eindproduct kunnen werken.

Programma van eisen:
Een frisse uitstraling
Leuk onderwerp of thematiek
Interessant herhalend patroon
Het herhalende patroon mag niet snel vervelen

Jij gaat de eisen omschrijven: Hoe maak je deze eisen meetbaar/toetsbaar/ uitvoerbaar? Schrijf ook op hoe je ze gaat testen/ uitvoeren.

Naast de eisen moet jij als ontwerper natuurlijk ook met een aantal voorwaarden rekening houden.

Beschikbare tijd
Beschikbare materialen
Afmetingen ontwerp
Omgeving waar het ontwerp gebruikt wordt.
Bespreek de eisen door met de docent, zodat je zeker weet dat je alles goed hebt voorbereid voordat je begint.

Stockholmdesignlab

Doro Krol

Uitvoeren

1

2

Ontwerpvoorstel formuleren:
Wanneer je een keuze hebt gemaakt voor je onderwerp en wanneer je veel beeldmateriaal hebt gevonden kan je gaan werken aan een eigen ontwerp. Je gaat snelle schetsen maken waar je je onderwerp naar voren laat komen. Je gaat al meteen werken in herhalende patronen. Je kunt de patronen op verschillende manieren laten herhalen: met horizontale lijnen, verticale lijnen, diagonale lijnen, radiale lijnen en door middel van een over-all compositie – alles heeft evenveel aandacht.

 
Ontwerp realiseren:
Wanneer je veel verschillende schetsen maakt, heb je straks veel te kiezen. Probeer verschillende dingen uit. Knip, plak en verschuif elementen van je werk. Maak ook proefjes, kleine probeersels om te zien hoe het er straks gaat uitzien.

Je hebt een hoop schetsen en proefjes gemaakt. Je kunt nu een keuze gaan maken. Natuurlijk mag je meerdere ontwerpen uitwerken, dat verhoogt de kans dat je wint!

Als je het definitieve ontwerp gaat maken is het belangrijk dat je heel secuur werkt. Alles moet goed uitlijnen. Dit kan - afhankelijk van je ontwerp - heel moeilijk zijn.

Horizontale herhaling

Verticale herhaling

All-over herhaling

Diagonale herhaling

Radiale herhaling

Radiale herhaling

Afsluiten

Ontwerp testen en evalueren:
 Je gaat je ontwerp uitwerken op losse vellen die je kopieert. Deze leg je naast elkaar, zodat je het herhalende patroon ziet. Dit kan je ook m.b.v. je telefoon doen.
Uiteindelijk lever je een of meerdere ontwerpen in.

Je presenteert je werk kort aan de klas waarbij je uitleg geeft over je keuzes, schetsen en je uiteindelijke ontwerp.
Na de presentaties worden de ontwerpen door een jury beoordeeld en er wordt één ontwerp gekozen. Dit ontwerp wordt gedrukt en wordt behangen!

Reflecteren

Je hebt weer veel geleerd over het maken van beelden. Deze keer heb
je ook geleerd hoe het is om een opdracht te krijgen en uit te voeren. Je hebt als een vormgever gewerkt. Wat zijn je ervaringen geweest, wat heb je geleerd, wat viel je op, wat viel tegen?
In de laatste les van dit thema werk je individueel aan een reflectie die je inlevert bij je docent.