Oriënteren

Reflecteren

Voorbereiden

Uitvoeren

Afsluiten

Eisen

Planning

MASTERCLASS ART

Thema Op straat

Street Art

Bij dit onderzoek leer je alles over street art.
Je gaat een kunstwerk maken met een sjabloon waar je een boodschap mee wilt overdragen.

Inleiding

Doelen
Aan het einde van dit onderzoek:

- weet ik wat Street Art is
- heb ik kennis over sjabloon techniek
- kan ik zelf een onderwerp bedenken en daarover originele schetsen maken
- kan ik een ontwerp maken waarvan ik een sjabloon kan maken
- kan ik mijn ontwerp secuur uitsnijden tot een sjabloon
- heb ik mijn werk op een plek op straat geplakt en er een foto van gemaakt
- heb ik een krantenartikel geschreven over mijn eigen werk
- kan ik reflecteren op mijn werk en het proces, wat mijn kan helpen bij een volgend onderzoek

 

Street art is kunst in de openbare ruimte, maar in tegenstelling tot ‘kunst in de openbare ruimte’ wordt Street Art in het geheim (illegaal) geplaatst. Street art kan verschillende vormen aannemen: graffiti, stencils (sjablonen), sculpturen, stickers, garen, posters, interventie (ingrijpen in een bestaande situatie), installaties, videoprojecties, etc.

Het grote verschil met graffiti is dat Street Art zich meer richt op een breder publiek en dezelfde taal spreekt als iedereen. Graffiti is alleen bedoeld voor andere graffiteurs, ze hebben een eigen taal, code en vorm. Een ander verschil is dat graffiti alleen maar spuit- bussen gebruikt. Street Art heeft meer middelen, zoals stickers, posters, etc.

 

De Street Art kunstenaars plaatsen hun kunst op plekken waar je normaal geen kunst zou verwachten en daardoor kunnen mensen zich afvragen wat kunst nou eigenlijk is. (Is kunst alleen schilderijen en beelden in het museum?)

Omdat iedereen Street Art kan zien op straat heeft het een veel breder publiek dan de kunst in het museum.

Zonder heel duidelijk te willen zijn, vertelt Street Art vaak wel een boodschap. Deze wordt op een beeldende manier gebracht.

Poeha, Nijmegen

Oriënteren

De openbare ruimte is van iedereen
Hele steden hangen vol met logo’s, slogans, neon, billboards, uithangborden en advertenties.

Street Art kunstenaars willen de stad ‘terugnemen’ door zich plekken eigen te maken door middel van het plaatsen van kunst. Ze zien de stad als hun schilderdoek. Op de muren van de stad kunnen ze alles plaatsen, ongecensureerd en experimenteel. Ze maken persoonlijk werk, protest en poëzie. Hun werk is grappig, provocerend of confronterend.

Soms is hun werk een directe reactie op de reclames in de stad. Ze geven commentaar op reclame en advertenties door (kleine) veranderingen aan te brengen.

Wat is nou leuker: een groot neonbord van Coca- Cola of een verrassend Street Art kunstwerk?

 

 

Je eigen beeldtaal en stijl
Beeldtaal is door middel van beelden communiceren met mensen. Nu doe ik dat met letters, woorden en zinnen, maar hiernaast staat een foto van de kunstenaar JR uit Frankrijk die ook communiceert, zónder woorden! Je hebt dus niet altijd alleen maar tekst nodig om iets te zeggen. Dus eigenlijk neemt een beeld de plaats in van tekst.

Zoals je weet is de Nederlandse taal anders dan de Franse taal. Zo is dat ook met beeldtaal. Elke kunstenaar ‘praat’ nét anders dan een andere kunstenaar. Je kunt zeggen dat elke kunstenaar zijn eigen taal of dialect heeft.

Jij gaat met Street Art ook op zoek naar jouw eigen taal.

De manier hoe je ‘praat’ heet stijl. Dat heeft de maken met de kenmerken van de beeldtaal. Dus bij het voorbeeld van JR, die je hiernaast ziet: zijn beeldtaal is fotografie en zijn stijl is zwart/wit portretten die van heel dichtbij zijn gefotografeerd.

JR, frankrijk

Voorbereiden

In deze fase ga je nadenken over wat je precies wil gaan ontwerpen en hoe je dat wil gaan doen. Wat vind jij van Street Art? Welke sfeer en boodschap wil je uitdragen? Je laat je inspireren door de informatie die je al gelezen en gezien hebt. Daarnaast ga je met de klas kijken naar meer inspirerend materiaal.

1

2

3

4

Je bedenkt een onderwerp, zoals oorlog, dieren, beweging, liefde, vriendschap etc. Dit onderwerp kan het beste iets persoonlijks zijn, zodat je graag met het onderzoek bezig bent.

Als je het onderwerp hebt laten goedkeuren door de docent maak je een brainstorm op een A3. Je denkt aan je onderwerp en schrijft alles op wat in je hoofd komt. Als de hele A3 vol staat ga je een aantal woorden onderstrepen die je het meest interessant vindt.

Nu ga je een hoofdvraag bedenken. Je hoofdvraag is wat je wilt gaan onderzoeken. Het antwoord op de hoofdvraag is de conclusie van je onderzoek. Bijvoorbeeld “Hoe verbeeld ik -mijn onderwerp- met behulp afbeeldingen en symbolen.” Als je een paar ideeën voor een hoofdvraag hebt, bespreek je deze met je docent.

Met de goedgekeurde hoofdvraag en de uitgebreide brainstorm als uitgangspunt ga je schetsen maken.
Je maakt minimaal 4 verschillende schetsen die je hoofdvraag beantwoorden.

Bij het schrijven van een hoofdvraag moet je bedenken dat je een beeldend werk gaat maken: Dus je vraag begint met "Hoe verbeeld ik dat..." of "hoe maak ik een beeldend werk over..."

In je hoofdvraag is het slim om woorden zoals snelheid, kracht, emoties, etc te gebruiken. Dat maakt het makkelijker om je hoofdvraag straks uit te beelden.

Uitvoeren

Sjablonen worden al heel lang gebruikt om op een makkelijke manier hetzelfde werk vaak af te beelden, dit noem je ook wel reproduceren. Het is eigenlijk een heel eenvoudige techniek. Je knipt bijvoorbeeld een cirkel uit een stuk papier en de cirkel leg je op een ander groot vel papier. Je schildert het hele vel rood. Waar de cirkel ligt is het papier wit gebleven. Je kunt met deze techniek ook heel ingewikkelde figuren maken.

1

2

3

4

Als eerste ga je bij deze fase een experiment doen. Je krijgt uitleg van je docent over het maken van sjablonen, zodat je weet hoe je straks aan de slag gaat. Je maakt een hele makkelijk sjabloon. Je snijd de omtrek van een foto uit, waardoor een silhouet ontstaat.

Nu je weet hoe je een sjabloon moet maken ga je schetsen maken voor je eigen ontwerp.  Op verschillende manieren probeer je je hoofdvraag te verbeelden. Laat al je schetsen regelmatig aan je docent zien.

Als je schetsen zijn gezien door je docent maak je een keuze voor een uiteindelijk ontwerp. Als je dit moeilijk vind kan je docent je hiermee helpen. Het uiteindelijk ontwerp wordt straks een sjabloon, dus je gaat kijken of je foto's moet gaan maken of dat je alles kan gaan tekenen. Je mag alleen foto's van internet gebruiken als je er zelf geen foto van kan maken (denk aan een olifant).

Als je alles goed uitgedacht hebt kan je aan de slag. Je gaat foto's uitprinten, uitvergroten en uitsnijden. Hieronder staat in stappen uitgelegd hoe je goed een sjabloon kan maken. Neem al deze stappen goed door. Je kiest zelf de grootte en een formaat dat past bij je ontwerp.
Deze stap is heel belangrijk! Werk heel nauwkeurig en rustig.

Afsluiten

1

Je hebt je ontwerp mooi afgewerkt en het is tijd om het te presenteren.

Je schrijft een krantenartikel als journalist bij de krant over het kunstwerk. Je schrijft over hoe dit werk aandacht wil vragen voor het onderwerp.

Het krantenartikel moet aan de volgende eisen voldoen:

Het bestaat uit minimaal drie alinea's
Het is in een zakelijke toon geschreven, want een krantenartikel is informerend en objectief (beperkt zich tot de feiten)
Het bevat een titel, een dikgedrukte inleiding en een foto met onderschrift
Het ziet er ook echt uit als een krantenartikel (kolommen, plaats en datum aan het begin van de inleiding, naam van de schrijver onder het artikel)
Het artikel geeft antwoord op de volgende vragen: wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom (de 5 w's en de h)
De spelling en het taalgebruik in het artikel zijn correct en verzorgd

Om het krantenartikel te schrijven, volg je de onderstaande stappen:

Bedenk wat je in je krantenartikel wil gaan schrijven. Dit doe je door in ieder geval de vragen te beantwoorden die hiernaast staan.
Je mag zelf uiteraard nog meer vragen bedenken die je in je artikel gaat beantwoorden.

2

3

wat is er gebeurd?
wanneer is het gebeurd?
wie is/zijn erbij betrokken?
waar is het gebeurd?
waarom is het gebeurd / waarom is deze gebeurtenis belangrijk?
hoe is het gebeurd / hoe is het proces gegaan / hoe is het kunstwerk gemaakt?

Let op dat een krantenartikel informerend is en geen mening van de schrijver mag bevatten. De schrijfstijl moet formeel en inhoudelijk zijn. Je mag natuurlijk wel citaten gebruiken, bijvoorbeeld (verzonnen) uitspraken van de kunstenaar zelf (van jou dus) over het kunstwerk of over street art.

Zorg ervoor dat je artikel er ook echt uit komt te zien als een artikel in de krant. Dit doe je door de volgende stappen uit te voeren:

voeg een dikgedrukte, grote titel toe die de aandacht trekt
maak de inleiding dikgedrukt.
voeg aan het begin van de inleiding de plaats en datum van schrijven in
deel het artikel in kolommen in
voeg een foto van je kunstwerk toe, met een onderschrift waarin je kort opschrijft wat er op de foto te zien is
schrijf onderaan het artikel de naam van de schrijver

Controleer de tekst op taal- en spelfouten en lever het artikel daarna in bij je docent

Hulp
Als je moeite hebt met het schrijven van het artikel, kan je de vragen omzetten in een schrijfschema. Dit doe je door het schema te downloaden. Bij 'onderwerp' vul je in welke vraag in die alinea beantwoord wordt. Bij 'trefwoorden' vul je een aantal belangrijke woorden in waarmee die vraag beantwoord wordt en die je dus ook echt in die alinea van het artikel gaat gebruiken. Als je schrijfschema af is, kun je dit als basis gebruiken voor je artikel.
In de inleiding introduceer je je onderwerp en schrijf je kort op wat er gebeurd is. In de andere alinea's ga je dit verder uitwerken. Je laatste alinea is het slot. Daarin vat je de belangrijkste gegevens samen en sluit je de tekst af.

Reflecteren

Nadat je je werk hebt gepresenteerd, heb je genoeg informatie om nog eens terug te kijken naar dit thema. Wat ging er goed? Wat zou je volgende keer anders willen doen? Je schrijft dus eigenlijk een pagina met alles wat je hebt geleerd dit thema. Je kunt altijd teruglezen wat je nu opschrijft en daarvan leren.