Oriënteren

Reflecteren

Voorbereiden

Uitvoeren

Afsluiten

Eisen

Planning

MASTERCLASS ART

Thema Stromingen

Bij dit onderzoek leer je alles over kunst-stromingen en hoe je een theoretisch onderzoek doet. Je werkt samen met een klasgenoot.

Inleiding

Bij dit thema ga je onderzoek doen naar een bepaalde kunststroming. Dit doe je in tweetallen. Bij het onderzoek kies je eerst een stroming. Daarna ga je hoofd- en deelvragen opstellen en bronnen verwerven, verwerken en interpreteren. Vervolgens ga je een verslag schrijven waarin je resultaten en conclusies naar voren moet komen. Ook dit onderzoek is weer opgebouwd volgens de fases oriënteren, voorbereiden, uitvoeren, afsluiten en reflecteren.

Doelen
Aan het einde van dit onderzoek kan ik:

- beschrijven wat een kunststroming is
- een goede beschrijvende of verklarende hoofdvraag formuleren
- goede deelvragen bij mijn hoofdvraag formuleren
- een onderzoeksplan opstellen en dit ook naleven
- goede bronnen verwerven
- uit de verworven bronnen de juiste informatie halen en deze verwerken
- van al deze verwerkte informatie een lopend verhaal maken waarin de deelvragen en de hoofdvraag beantwoord worden
- reflecteren op mijn verslag en het proces, wat mij kan helpen bij een volgend onderzoek

 

Prints van Outmane Amahou

Rene Magritte, "Man met een bolhoed" 1964

Oriënteren

Bij het vak Art heb je tot nu toe vooral verschillende ontwerpen gemaakt en ben je veel met je handen bezig geweest. Bij dit thema ga je echter een theoretisch onderzoek doen naar een bepaalde kunststroming. Je hebt heel veel verschillende soorten kunststromingen, maar wat is dit nou precies? Het woordenboek geeft de volgende definitie van het begrip ‘kunststroming’: fase in de culturele ontwikkeling met een zekere gelijkaardigheid in stijl en ideeën die kenmerkend zijn voor een bepaalde groep.

Eigenlijk is het bij kunst net als bij kleding. Kunst en kleding zijn beide onderhevig aan de tijd en de mode verandert snel. Vaak is de nieuwe mode een reactie op de vorige. Op dit moment zijn strakke spijkerbroeken (skinny jeans) hip, maar tien jaar geleden liep iedereen in spijkerbroeken met wijde pijpen. Ook bij kunst zie je dit terug. De afgelopen eeuw zijn verschillende kunststromingen ‘in de mode’ geweest. En zo een ‘modetrend’ binnen de kunst ontstond door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals oorlogen en de uitvinding van de stoomtrein. Dit waren grote veranderingen en kunstenaars reageerden hier op. Als een groep kunstenaars is uitgekeken op de ene stroming, of het niet eens is met de ideeën achter deze stroming, gaan de kunstenaars zich hiertegen afzetten en zo ontstond er dan een nieuwe stroming.

Bekende kunststromingen zijn bijvoorbeeld: impressionisme, expressionisme, dada, surrealisme en pop-art. Bekende schilders zoals Claude Monet en Andy Warhol behoren ook tot een bepaalde stroming, en sommige kunstenaars behoren misschien wel tot meerdere stromingen of helemaal geen! Het kan ook zo zijn dat een kunstenaar gedurende zijn leven ander soort werk gaat maken, doordat hij bijvoorbeeld andere ideeën krijgt, of gewoon doordat de tijden veranderen. Dan kan je het werk van die kunstenaar binnen verschillende stromingen plaatsen.

Luister naar de presentatie door de docent

Maak tweetallen

Kies je stroming uit het onderstaande rijtje. Lees de informatie bij iedere stroming goed door, zodat je weet wat je kiest! Geef je keuze door aan de docent.

Zoek informatie over je gekozen kunststroming, door de gegeven bronnen te lezen en zelf nog aanvullende informatie te zoeken. Deze informatie kan je helpen bij het formuleren van een hoofdvraag.

Bekijk de kernbegrippen bij deze stroming. Zoek de definities van deze kernbegrippen. Deze kernbegrippen moeten terugkomen in je verslag.

Volg de les over hoofd- en deelvragen opstellen

 

1

2

3

4

5

6

Impressionisme (± 1860 tot ± 1900)

Stroming in de beeldende kunst waarbij een momentopname als impressie snel met losse toets wordt vastgelegd. Daarbij wordt de sfeer vooral door het licht bepaald en minder door de vorm.

In de literatuur komt het impressionisme vooral tot uiting in de poëzie en in lyrisch proza. De schrijver probeert zijn zintuigelijke indrukken (impressies) op een persoonlijke manier weer te geven.


(verf)toets / industriële revolutie / Salon de Paris / Salon de Refusés / fotografie / en plain air / lyrisch proza / beeldspraak / neologismen / synesthesie

Kubisme  (vanaf ± 1910)

Stroming in de beeldende kunst waarbij de voorstelling wordt teruggebracht tot een mozaïek van hoekige basisvormen. Picasso en Braque zijn hiermee als schilder begonnen.

 

Afrikaanse kunst en maskers / meerdere standpunten / afgevlakte ruimtesuggestie / geometrisch- analytisch- en synthetisch kubisme

 

Dada (van 1916 tot 1922)

Stroming in de kunst die spottend en onzinnig protesteert tegen de maatschappij en cultuur. Toevallige dingen en gevonden voorwerpen worden als kunst gepresenteerd.

In de literatuur komt Dada vooral tot uiting in de poëzie. Alle regels voor poëzie worden losgelaten en er ontstaan speelse gedichten waarmee het publiek geprovoceerd werd.

 

tegenbeweging / anti-kunst / absurdisme / nihilisme / oorlog / fluxus / happenings / collage / assemblage / klankgedicht / typografisch gedicht / toevalspoëzie / simultaangedichten / Paul van Ostaijen

De Stijl (vanaf 1917)

Naam van een stroming in de beeldende kunst waarbij horizontale en verticale basisvormen in vooral primaire kleuren en zwart-wit non-figuratief worden gebruikt.

 

abstractie / primaire kleuren / utopie / simplisme / I.K. Bonset

Pop-Art  (vanaf 1945)

Speels gebruik van de identiteit en de symbolen van de Westerse consumptiecultuur. Op grote formaten uit expressie zich vooral in kleur.

 

massacultuur / iconen / reproducties / kitsch / ironie / collage

 

Expressionisme (± 1860 tot ± 1900)

Stroming in de beeldende kunst waarbij een momentopname als impressie snel met losse toets wordt vastgelegd. Daarbij wordt de sfeer vooral door het licht bepaald en minder door de vorm.

In de literatuur komt het expressionisme vooral tot uiting in de poëzie. De vaste regels worden losgelaten en het vrije vers ontstaat, waarin het gevoel of de gedachten van de dichter op een directe manier worden weergegeven. Er wordt gebruik gemaakt van onvolledige zinnen en korte regels. De interpunctie kan volledig ontbreken.

 

gevoel / Duits expressionisme / Frans expressionisme / vrije verzen / essentie / interpunctie / poésie pure

Futurisme (vanaf ± 1910)

Italiaanse stroming in de beeldende kunst die zich de uitbeelding van beweging tot doel heeft gesteld. Waarbij een specifieke beweging als één beeld in verschillende fasen werd uitgewerkt.

 

industriële revolutie / geweld / beweging / anti-romanistisch / machine

 

Surrealisme (vanaf 1923)

Stroming in de kunst waarbij alledaagse voorwerpen zonder na te willen denken op een ongewone manier met elkaar worden verbonden. Zo ontstaan er onvoorspelbare voorstellingen.

In de literatuur worden logica en verstand uitgeschakeld en wordt het onderbewuste ingeschakeld bij het schrijven van teksten.

 

psychoanalyse / onderbewustzijn / dromen / objecten / ecriture automatique / cadavre exquis

Bauhaus (van 1919 tot 1933)

Een soort academie in Duitsland waar door beroemde kunstenaars werd lesgegeven in allerlei kunstzinnige vakken. Men was tegen de versiering om de versiering: de vorm volgde uit de functie.

In de literatuur komt dit vooral tot uiting in de ‘Nieuwe zakelijkheid’, een stroming waarbij het gaat om de inhoud en niet om de vorm: wat gezegd moet worden, moet gewoon gezegd worden. De schrijvers waren dan ook tegen de vormexperimenten van hun voorgangers.

 

ambacht / modernisme / industrieël ontwerp / architectuur / Deutscher Werkbund / Forum / Parlando-poëzie

Voorbereiden

1

2

3

Je hebt een stroming gekozen en nu ga je bepalen waar je onderzoek precies over gaat.  Het is belangrijk om een goede hoofdvraag en goede deelvragen op te stellen.

Formuleer een hoofdvraag en deelvragen aan de hand van de gelezen informatie en je aantekeningen van de presentatie. Je hoofdvraag moet beschrijvend of verklarend zijn. Je formuleert vier deelvragen, waarvan in ieder geval een historische deelvraag, een waarderende deelvraag, een deelvraag over beeldende kunst en literatuur en een deelvraag naar keuze. Laat deze vragen goedkeuren door je docent voordat je verder gaat.

Bekijk de planning, eisen en doelen bij dit thema.

Voor je echt gaat starten met het uitvoeren van je onderzoek, maak je een onderzoeksplan. Hoe je dat moet doen, staat hieronder. Jullie onderzoeksplan moet goedgekeurd worden door jullie docent voordat je verder mag gaan met je onderzoek.

Een onderzoek zou oneindig groot worden als je je niet zou beperken tot een klein deel van het onderwerp dat je kiest. Dat kun je doen door een vraag te stellen over je onderwerp. Die vraag noemen we een hoofdvraag. Doordat je een hoofdvraag stelt geef je de kern, het belangrijkste, aan dat je wilt onderzoeken.

Deelvragen helpen je antwoorden te vinden op de hoofdvraag. De uitwerking van de deelvragen moet automatisch leiden tot het vinden van het antwoord op de hoofdvraag. Als de deelvragen niet direct met de hoofdvraag te maken hebben, heb je toch iets niet goed gedaan.

Stel niet teveel deelvragen: een stuk of vijf is wel genoeg.Als je een goede hoofdvraag hebt gesteld krijg je daarbij vanzelf meerdere vragen. Deelvragen komen als het ware voort uit hoofdvragen. Vaak krijg je daardoor vragen die met 'wie', 'wat', 'hoe', 'hoeveel' en ‘wanneer’ beginnen.

Onderzoeksplan maken
Stap 1 - Je maakt een eerste opzet voor het eerste hoofdstuk van jullie onderzoeksverslag, de inleiding. In dit hoofdstuk introduceer je het onderwerp van je verslag en komen de onderstaande onderdelen in correct ingedeelde alinea’s aan de orde:

1

2

3

4

5

6

Aanleiding / achtergrond beschrijven
Hoe zijn jullie tot deze keuze gekomen? In welke achtergrond kunnen jullie je onderzoek  plaatsen?

Relevantie beschrijven
Wat is het belang van jullie onderzoek? Wat hebben jullie / wat heeft de maatschappij aan jullie onderzoek?

Hoofdvraag inleiden
Waarom is dit uiteindelijk jullie vraag geworden?

Deelvragen verklaren
Waarom hebben jullie deze deelvragen gekozen? Welke antwoorden hopen jullie zo te krijgen?

Methode beschrijven
Op welke manier gaan jullie antwoorden vinden op de deelvragen? Zijn dat betrouwbare manieren? Kun je dat bewijzen?

Hypothese formuleren
Wat is jullie verwachting? Welke antwoorden denk je te krijgen op de verschillende vragen? Op basis waarvan kun je dat zeggen?

Stap 2 - Je maakt een taakverdeling door het schema in te vullen

7

Download hier het schema en vul deze duidelijk in.

Stap 3 - Je houdt een persoonlijk logboek bij tijdens het onderzoek. Het logboek is belangrijk voor jezelf om te kijken waar je ook alweer was, maar ook om steeds te weten welke keuzes je waarom hebt gemaakt. Je logboek bestaat uit twee delen:

8

9

Beschrijving van activiteiten: Je beschrijft per les wat je hebt gedaan. Wanneer je buiten de lessen om aan het onderzoek hebt gewerkt, noteer je dat ook (bijvoorbeeld een interview buiten school).

Verantwoording van keuzes: Je beschrijft per les waarom je bepaalde zaken hebt gedaan of waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. Dit doe je ook wanneer je buiten de lessen om aan het onderzoek hebt gewerkt.

Vergeet niet je bronnen bij te houden in je logboek: Schrijf op welke bron waardevol is en welke niet.

 

Uitvoeren

In de uitvoeringsfase ga je je onderzoek echt uitvoeren. Je moet informatie verwerven en verwerken. Informatie verwerven betekent dat je informatie gaat verzamelen. Informatie verwerken betekent dat je de informatie doorneemt, analyseert, bepaalt wat zinvolle informatie is en conclusies verbindt aan deze informatie. Hierover krijg je van je docent een korte les.

1

2

3

Ga informatie verwerven. Er zijn verschillende manier om informatie te verwerven, zoals door middel van boeken, interviews, enquêtes, internet, film of audio en een bezoek afleggen (bijvoorbeeld aan een museum). Wanneer je een bepaalde methode hebt gekozen, pak het bijbehorende werkblad er dan bij. Houd je bij de uitvoering van de methode aan de uitgereikte werkbladen.

Ga je informatie verwerken. De manier van verwerken is afhankelijk van de bron(nen) die je gekozen hebt, bijvoorbeeld een samenvatting maken van een artikel, het noteren van belangrijke informatie uit een film, etc. Houd de werkbladen erbij. De bronnen die je hebt gebruik vat je dus samen en je haalt er de kern uit, zodat je ze kunt gebruiken in je verslag. De bronnen helpen je met het beantwoorden van je deelvragen.

Ga de verwerkte informatie bij elkaar leggen en kijk welke informatie je nodig hebt voor welke deelvraag. Schrijf dus in eigen woorden het antwoord op je deelvragen.

 

In de uitvoeringsfase ga je je onderzoek echt uitvoeren. Je moet informatie verwerven en verwerken. Informatie verwerven betekent dat je informatie gaat verzamelen. Informatie verwerken betekent dat je de informatie doorneemt, analyseert, bepaalt wat zinvolle informatie is en conclusies verbindt aan deze informatie.

Doordat je werkt met deelvragen knipt je het gekozen onderwerp als het ware in overzichtelijke stukjes! Zodoende kun je bij het verzamelen van informatie beter bepalen of een gevonden stukje informatie binnen of buiten je onderzoek valt. Materiaal dat bij dezelfde deelvraag hoort houd je bij elkaar.

In de uitwerking van je onderzoek krijgt elke deelvraag een eigen hoofdstuk.

Afsluiten

1

2

3

Ga met behulp van je deelvragen de hoofdvraag beantwoorden. Let op: het antwoord op je hoofdvraag is meer dan alleen een opsomming van de antwoorden op je deelvragen. Het antwoord op je hoofdvraag is de uiteindelijke conclusie van je onderzoek.

Maak één geheel van je verslag. Zorg ervoor dat het goed leesbaar is en dat de lezer een duidelijk beeld van je kunststroming krijgt.

Lever het verslag in via It’s learning.

Reflecteren

Nadat je je werk hebt gepresenteerd, heb je genoeg informatie om nog eens terug te kijken naar dit thema. Wat ging er goed? Wat zou je volgende keer anders willen doen? Je schrijft dus eigenlijk een pagina met alles wat je hebt geleerd dit thema. Je kunt altijd teruglezen wat je nu opschrijft en daarvan leren.

Marcel Duchamp, "fietswiel" 1963